Sri Lanka, Kandy

We zijn nu bijna een week in Sri Lanka! De hoogste tijd voor een eerste verhaal!

Maandagavond 29 augustus vlogen we met Emirates vanaf Dusseldorf naar Colombo (hoofdstad Sri Lanka), met een korte tussenstop in Dubai. Op dinsdag landden we op Bandaranaike Airport. Vlak voor ons vertrek hadden we een hotel gereserveerd, en via hen een airport transfer daar naartoe. Maar omdat we geen email meer hadden kunnen kijken, was het spannend of er wel iemand op ons zou staan te wachten… Gelukkig, de techniek tegenwoordig staat voor niets, konden we na aankomst via onze mobiel toch even de mail raadplegen. Volgens de mail zou Pio Mendis, chauffeur, ons opwachten. Eerst door de douane, voor een gratis 30-dagen visum en een fijn stempel in ons paspoort :)   Achter de douanier maakte een aanplakbiljet subtiel duidelijk dat het in bezit hebben van drugs niet het verstandigste is wat je hier kunt doen: er staat nl de doodstraf op… Daarna naar de bagage-belt. Het duurde een tijd voor de bagage aankwam, wat ons toch enigszins zenuwachtig maakte. Maar gelukkig hadden we algauw allebei onze tassen en konden we naar de arrivals hall waar Pio al met een bordje met onze namen op ons stond te wachten. Hij zou ons naar Freedom Lodge in Kandy brengen. In het begin was hij nog wat ‘kat-uit-de-boom-kijkerig’, maar algauw vertelt hij honderduit. Over het land, de mensen, de politiek, de oorlog, het verkeer, landbouw, en zijn werk en reizen. Josine heeft de halve weg geslapen en weinig meegekregen van de ongeveer 3 uur durende rit. Het verkeer is vrij druk en chaotisch, ze rijden hier links, en toeteren volop. Maar dat hadden we in Thailand ook al opgemerkt, dus we waren voorbereid. Op de weg geldt hier het ‘recht van de grootste’. Een busje, zoals waar wij in zaten, zit ergens in het midden wat dat betreft. Dus onze chauffeur toeterde naar alles wat kleiner is: tuctucs, brommers, voetgangers, fietsers en honden. Maar ook naar grotere voertuigen (vrachtwagens, die maar 40 km per uur gaan/mogen). Met een moord-tempo van wel 50-70 km per uur (busjes kunnen en mogen niet harder) hobbelen we naar Kandy, via de suburbs van Colombo, over de Colombo-Kandy road. Het laatste stuk flink bergop de Hill Country in. We arriveren rond 18u (=14.30u NL tijd), het is dan al schemerig. Pio maakt ons globaal wegwijs in Kandy, en wijst ons het centrum, de markt, het meer (tip: ‘s avonds niet aan de overkant van het meer onder de bomen door lopen, want dan wordt je ondergescheten door vleermuizen), de Temple of the Tooth-relic, en de dikke boom die de weg naar de lodge markeert. We worden gastvrij ontvangen door Nalini, moeder des huizes. Freedom Lodge is een family home stay, wat wil zeggen dat zowel de gasten als de familie van de gezamenlijke ruimtes gebruik maken. Onze bagage wordt door het personeel naar boven gebracht, hetgeen ons toch wel enigszins ongemakkelijk laat voelen. Maar het is hun manier om een beetje extra geld te verdienen: we geven ze een paar rupees fooi. De kamer is prima in orde: ruim, een fijn bed met klamboe, prive badkamer en balkonnetje. Die klamboe, blijkt later, is hard nodig, want het stikt er van de muggen! Na het inchecken liepen we de heuvel weer af naar downtown Kandy om wat te eten. We vonden een eettentje bomvol locals, dat typisch Sri Lankaans eten serveert: hoppers! Dat is een ‘mandje’ van deeg (soort pannekoek-achtig mandje), waarmee je een pittig gekruid mengsel van bv kip en groenten oppakt en opeet. Meteen met onze handen eten dan maar! We werden aangenaam verrast door de rekening: 700 Rupees (ongeveer 5 euro) voor 2 drankjes, 2 voorgerecht-hoppers en 2 hoofdgerecht-hoppers. Daarna terug naar de lodge, waar de familie gezellig met z’n allen zat te zingen rondom het orgel. We gingen optijd slapen, want we waren erg moe van de reis.

De volgende dag optijd op. Na een continental breakfast gingen we de stad in.  Omdat het de avond van aankomst al donker was, zagen we nu pas goed waar we terecht waren gekomen. Een stad in het hoger gelegen deel van Sri Lanka, waar de Engelse invloed duidelijk zichtbaar is. Het klimaat is aangenaam: niet te warm en niet te koud. We kochten een ticket voor ‘ the Cultural Triangle’, een aantal bezienswaardigheden in het noorden van Sri Lanka, a 5550 rupees per stuk (ongeveer 72 euro in totaal voor 2). Best prijzig voor Sri Lanka begrippen. Maar voor toeristen zijn de bezienswaardigheden sowieso prijzig. Locals betalen meestal geen entreegeld, maar van hen wordt wel donaties verwacht in de diverse tempels e.d. We begonnen met de 4 devales te bekijken, kleinere tempels. Religie hier speelt een grote rol. Grootste groep is Boeddhistisch, dan volgt Christendom en Hinduisme. Dit is nog duidelijker zichtbaar dan in Thailand! Zo goed als alle tempels die we bekeken hebben, zijn nog in gebruik, en worden druk bezocht door locals. Wij zijn bijna de enige toeristen. Schatting van de verhouding locals-toeristen is ongeveer 95% – 5%. Best bijzonder, en we voelen ons in het begin ook wel een beetje ongemakkelijk, en ‘bloody tourists’ om met onze camera rond te sjouwen en foto’s te maken… Maar dat went gelukkig gauw.
Na de devales bekeken te hebben, lunchten we tussen de middag bij The Bake Shop. Het is ongetwijfeld een overblijfsel van de Engelse overheersing, gezien de vele ‘pastry’ in de etalage. Allerlei lekkere kleine broodjes in roll/puf/bun/pastry vorm, gevuld met vis, kip, groenten, ei, enz. Het kost bijna niks, en is heel erg lekker! Na een korte wandeling over de markt, namen we een tuctuc terug naar de lodge.
Rond 17.30u gingen we weer terug naar beneden om de Temple of the Tooth-relic te bezoeken (waar de hoektand van Buddha bewaard zou worden), alwaar om 18.30u dagelijks een ritueel plaatsvindt met o.a. drums, waarna ‘de tand’  wordt ‘tentoongesteld’ aan publiek. Niet de tand zelf, maar gehuld in allerlei rijkelijk bewerkte ‘boxes’. We liepen eerst wat rond in de tempel, en na een tijdje stuitten we op een enorme rij op de trap naar boven. Onze nieuwsgierigheid was gewekt. Het bleek dat de mensen in de rij stonden om de tand te aanschouwen. We aarzelden even, maar sloten toch aan. Boven blijkt de rij nog meters verder door te lopen. Ruim een half uur later schuifelen we steeds meer richting ‘de tand’. Via een ingenieus logistiek systeem mogen mensen om de beurt even kijken. In het midden een ‘voorportaaltje’, gelukkig voorzien van ventilatoren, waar mensen zitten uit landen die veel geld gedoneerd hebben aan Sri Lanka. Zij mogen in de zaal naar binnen om daar wel 15 minuten met ‘de tand’ door te brengen achter gesloten deuren. De rechter rij, waarin mensen staan uit landen die iets minder gedoneerd hebben, mag ook naar binnen, om langs de tand te lopen, maar direct weer naar buiten. En de linker-rij, waarin wij staan, mag langs een venstertje lopen waar je gedurende nog geen 10 seconden gauw even naar binnen mag kijken. Ach ja, je moet er wat voor over hebben om de hoektand van Buddha te zien. Maar dat was niet het belangrijkste. Het is ook gewoon mooi om te zien hoe zoveel pelgrims, zoveel toegewijde Boeddhisten geconcentreerd bidden en bloemen offeren, en hoe levendig en intens de sfeer daar op dat moment is. We vonden het bijzonder om dit te hebben meegemaakt!
Na de temple of the tooth gingen we een hapje eten bij het ‘Old Empire Hotel’. Ooit vast een schitterend koloniaal gebouw, nu vergane glorie. We bestellen een rice en curry die zo enorm pittig is, dat die voor Josine bijna niet te eten is… En weer terug naar de lodge, waar we met de vader des huizes, Sarath, onze plannen voor de komende dagen doorspreken.

 

Share and Enjoy:
  • del.icio.us
  • Facebook
  • TwitThis
  • email
 

1 Comment

  1. Wauw! Wat ´n ervaringen..

Leave a Reply