De tijd vliegt…

Want inmiddels is zelfs de maand oktober alweer bijna afgelopen, en zijn we alweer ruim anderhalve week thuis!
Na een een onsuccesvolle poging om in Nepal ons reisweblog bij te werken, besloten we om dit maar achteraf thuis te doen. Bij deze alvast een begin.

Omdat Gijs nog t/m de laatste dag voor onze vakantie gewerkt had, werden op donderdagavond in lichte haast de tassen ingepakt. Vrijdagochtend moesten er nog gauw pasfoto’s worden gemaakt voor het visum, de diverse trekking-permits en andere bureaucratische toestanden. En toen konden we op weg.  Onze vlucht vertrok op een prettig tijdstip halverwege de middag vanaf Dusseldorf airport met Turkish Airlines. Na een korte tussenstop in Istanbul vlogen we verder naar Kathmandu, waar we om ongeveer 7u ’s ochtends locale tijd (NL tijd ongeveer 4u ’s nachts) aankwamen. Allereerst moest er (natuurlijk!) een visum-formulier worden ingevuld, waarna we aansloten in de lange rij voor het bijbehorende stempel in ons paspoort. Check!
Volgende missie: pinautomaat om Nepalese Rupees te pinnen (want die hadden ze in Nederland bij het GWK niet). Pinautomaat gevonden, maar helaas, die was leeg… Gelukkig hadden we dollars mee, en namen ze zelfs euro’s aan. Dus we konden toch even vooruit.
We hadden een binnenlandse vlucht geboekt van Kathmandu naar Bharatpur (vlakbij Chitwan NP). Op zoek naar de gate, bleek het vliegtuig vanaf een ander vliegveld te vertrekken… Ondanks de taxi’s die ons graag daarheen hadden willen brengen (het was op loopafstand), wezen de Nepalezen ons gelukkig wel heel vriendelijk de juiste weg. Op dit vliegveldje keken we meteen onze ogen uit. Het was warm en plakkerig. Niet zoals op Schiphol een schone, geairconditionede luchthaven, maar een niet al te schone bloedhete vertrekhal van 50 bij 50 meter waarin alle passagiers en hun bagage zich verzamelden. Er wordt werkelijk vanalles vervoerd op zo’n vlucht, van baby-meubels tot enorme balen rijst, en noem het maar op. Het leek op het eerste gezicht nogal een chaos. Maar na een tijdje viel ons op dat ze toch enigszins gestructureerd een voor een balietjes naar een bepaalde bestemming openden waar je je bagage kon inchecken.  Na een tijd gewacht te hebben, zittend op onze tassen bij gebrek aan bankjes/stoeltjes of andere zitplaatsen en om ons heen kijkend om de eerste indrukken te verwerken, konden ook wij inchecken. Op hoop van zegen dat onze tassen ook in het juiste vliegtuig terecht zouden komen, gingen we op weg naar de vertrekhal. Ons ‘onrustige gevoel’ zat ‘m in het feit dat er in Nepal haast niks geautomatiseerd gaat. Geen bagageweegschaal, geen stickers met streepjescode van je bestemming die ze op je tas plakken, geen scanners, geen lopende band waar ze de tassen op leggen en die automatisch naar de juiste plek rollen. Maar een formuliertje dat wordt ingevuld, een kaartje met een nummer dat aan je tas wordt gehangen en een kaartje met -als het goed is- datzelfde nummer dat je mee krijgt als bewijs, en de tassen die door een mannetje met een steekwagentje naar achteren worden gebracht.

Dat onrustige gevoel was niet geheel onterecht. We hadden namelijk al ervaren dat het feit dat er niks geautomatiseerd gaat enige problemen kan opleveren… Met het boeken van de tickets voor de binnenlandse vlucht bleek er geen geautomatiseerd boekingssysteem, maar een boekingsformulier dat we per mail moesten opsturen en dat handmatig beantwoord werd. We moesten nogmaals bevestigen dat we graag die vlucht wilden boeken, daarna moesten we handmatig betalen (geld overmaken), en vervolgens per mail bevestigen dat we betaald hadden. Na een bevestiging van hun kant dat onze betaling ontvangen was, kregen we de tickets handmatig per email toegestuurd, waarna bleek dat er een verkeerde bestemming op onze tickets stond. Vervolgens probeerden we dagenlang om per telefoon/skype/mail de vliegmaatschappij te pakken te krijgen om te tickets ‘om te ruilen’, hetgeen niet lukte. Waarna we via het hotel in Chitwan, dat we al geboekt hadden, probeerden contact te krijgen met de vliegmaatschappij, hetgeen uiteindelijk wel lukte. Hierna zaten we nog een paar dagen en een aantal mail-pogingen via het hotel in spanning of het nog op tijd zou lukken om de tickets met de juiste bestemming via de mail opgestuurd te krijgen. Gelukkig, uiteindelijk kwam -op tijd- toch alles op zijn pootjes terecht. *Zucht*. Maar vandaar dus ons onrustige onderbuikgevoel.

Slaperig en vermoeid vanwege het tijdsverschil konden we dan eindelijk het vliegtuig (een klein propellorvliegtuigje) in. Na een klein half uur kwamen we aan in Bharatpur. Daar wilden ze eerst Gijs zijn tas niet meegeven, omdat het nummer op het kaartje aan zijn tas niet correspondeerde met het nummer op het kaartje dat ze aan Gijs hadden gegeven. Maar omdat alle andere passagiers al met hun bagage weg waren, kreeg Gijs gelukkig toch zijn tas. Haha, welkom in Nepal 😉
Iemand van Sapana Lodge (onze accommodatie voor de eerste nachten) stond ons op te wachten en bracht ons naar Chitwan. Het was vreselijk warm, de weg was slecht en stoffig (meer kuil dan weg, en daarvoor moest de chauffeur dan ook nog tol betalen!), er waren veel toeterende medeweggebruikers, en algauw hadden we ook weer de bekende bijna-dood-ervaring door inhalende inhalers in te halen, al zigzaggend om kuilen en tegenliggers te ontwijken. De eerste indruk doet ons denken aan andere reizen die we in Azie gemaakt hebben. Alleen lijkt het in Nepal nog wat armer: meer lemen/rieten/houten hutjes.

Na een hobbelige rit kwamen we aan bij Sapana. Een prachtige lodge! Gezellig, mooi aangelegd, knusse zithoekjes en loungebanken, en comfortabele kamers. Leuke bijkomstigheid: een duurzaam ecologisch toerisme project, opgezet door locals, in het begin financieel ondersteund door microkrediet uit Europa, en inmiddels uitgegroeid tot een groot en succesvol project dat ook de locale gemeenschap erbij betrekt en ondersteunt! De enthousiaste manager wilde onder het genot van een welkomsdrankje meteen het toer-programma met ons doornemen. Wij hadden vooral honger en slaap, en besloten na de lunch een paar uurtjes te gaan slapen om onze jetlag weg te werken. Toen we wakker werden, was het al tijd voor het avondeten. We gingen in het sfeervolle restaurant zitten, en namen alsnog het toerprogramma met de manager door. We boekten een jungle-walk, een elephant-ride en een culturele avond bij de Tharu (bevolkingsgroep).

De volgende dag moesten we om 6.30u verzamelen voor de jungle walk. De ‘groep’ bleek te bestaan uit ons tweeën, de Ierse Connor, en 2 rangers/gidsen, bijna een privé aangelegenheid dus! Des te leuker! De rangers zochten naar sporen van wilde dieren: afgebroken takjes, platgetrapte plantjes, pootafdrukken, uitwerpselen, krabmarkeringen en geursporen. We liepen over de animal trails op zoek naar o.a. neushoorns. Algauw zagen we een neushoorn-met-baby badderend in een waterpoel. Vet!! Nog niet eerder hadden we neushoorns in het echt gezien! Onder het genot van ons ontbijt bleven we een tijdlang kijken. Helaas begon het te regenen en kwam een grote groep jungle-walkers op datzelfde punt uit, dus liepen we verder. Met die regen dook ook een ons tot dan toe nog onbekend fenomeen op: bloedzuigers… We moesten ze werkelijk van ons af plukken! Uiteraard hadden ze al heel snel onze enkels te pakken, maar ze zaten zelfs tot onze buik/rug/hals aan toe! Als je stil bleef staan op een paadje, zag je ze via de lage begroeiing aan komen kruipen. Bah, vieze beesten! Op sommige momenten waren we meer bezig met kijken/voelen of er nog ergens bloedzuigers op ons zaten, dan met genieten van onze jungle walk 🙁  Verder zagen we nog wat herten en wilde zwijnen, maar dat was het wel zo’n beetje. De rest van de dag konden we lekker relaxen: lezen, spelletjes (ze hadden zelfs Kolonisten van Catan!). Aan het eind van de middag stond de elephant-ride op ons programma. Enigszins teleurgesteld door de aanblik van zoveel toeristen kropen we op de rug van de olifant en hobbelden in colonne (met 10 andere olifanten met allemaal 4 toeristen op hun rug)  de ‘jungle’  in. Olifant rijden kent enkele ongemakken. Zo’n beest loopt nogal lomp, waardoor je blauwe plekken krijgt van het tegen het stoeltje gedrukt worden. Als je pech hebt, wordt je zeeziek en krijg je spierpijn en rugpijn van die ongemakkelijke houding. Maarja: dat heb je er voor over in de hoop wilde dieren te spotten. Ondanks de drukte in de jungle, zagen we weer een neushoorn met baby die gelukkig niet gevlucht waren voor de lawaaierige horde ‘bloody tourists’. Na het avondeten bezochten we een culturele avond van de Tharu waarbij traditioneel gedanst en gezongen werd.

DSC01580_3 DSC01625_2 CIMG2123_2

 

Maandagochtend pakten we onze tassen alweer in, om na het ontbijt per luxe tourist-bus naar onze volgende bestemming Pokhara te vertrekken.

This entry was posted in Nepal.

2 thoughts on “De tijd vliegt…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *