Java – de eerste dagen in en om Yogyakarta

Onze reis begon meteen goed: de taxi naar het station was te laat… Een telefoontje leerde ons dat onze taxibestelling niet eens was genoteerd, maar er zou alsnog een taxi worden gestuurd. Gelukkig hadden we een ruime tijdmarge genomen vanwege potentiële stakingen van grondpersoneel op het vliegveld of blaadjes op de rails bij de NS. De verdere reis verliep zonder al te veel vertraging, helaas wel met 2x overstappen. Maar alsnog waren we dus op tijd op Schiphol. 

Aan het einde van de middag vertrok onze vlucht naar Jakarta met Garuda Indonesia, een prima luchtvaartmaatschappij! Toen we na wat uurtjes slaap wakker werden zo tegen het einde van het eerste deel van de vlucht, zagen we vanuit het vliegtuigraam beneden ons allemaal ‘grappige cirkeltjes’. Het duurde even voordat het tot me doordrong dat die ‘cirkeltjes’ Indonesische eilandjes waren, omgeven door witte schuimkoppen van de golfslag :). We hadden een korte tussenstop in Jakarta, bij immigrations kregen we een visumstempel in ons paspoort, en vervolgens vlogen we door naar Yogyakarta. Het toilet op het vliegveld in Yogya maakte meteen indruk: een hurktoilet (joepie…) met aan de muur een ‘dehydration chart’ waarbij je aan de hand van de kleur van je urine kan bepalen in welke mate je uitgedroogd bent en wat je dan zou moeten doen. Altijd handig om te weten ;).
Via het guesthouse waar we de eerste nachten verbleven, hadden we een taxi pick-up geregeld. Een jongen in het uniform van de taximaatschappij (zo liepen er tientallen rond!) hield een bordje met onze naam vast, dat ging gelukkig soepel. Hij verdween met onze tassen in de menigte om zijn taxi te halen. Al snel waren we hem uit het oog verloren, maar gelukkig hij ons niet. Een ritje door de nog nieteens zo heel chaotische spits van Yogyakarta later, werden we gedropt bij Bamboo Homestay. We checkten in, installeerden onze bagage, en gingen daarna op pad op zoek naar een leuk restaurantje in de buurt om een hapje te eten. In Nederland was het ongeveer lunchtijd, in Indonesië al tijd voor het avondeten. Onderweg werden we overvallen door een flinke stortbui… Hoezo regenseizoen-af?! Maar de saté ajam maakte alles weer goed!
Bij het guesthouse regelden we voor de volgende dag een privé auto met chauffeur. Klinkt luxe, en dat is het eigenlijk ook best wel, maar in Indonesië is dat (voor toeristen) een heel gebruikelijke en toch ook redelijk betaalbare manier van je verplaatsen.

Borobudur
Ondanks de jetlag besloten we meteen in de flow mee te gaan. Dat hield in ons geval in dat om 03.30u de wekker ging en we voorzien van een ontbijtpakket de anderhalf uur durende rit richting Borobudur aanvaardden. Om 05u kwamen we daar aan. Nog in het donker liepen we gewapend met een zaklamp de trappen op naar de top van het Boeddhistische tempelcomplex, vanwaar we de zonsopkomst zouden beleven. Van foto’s wisten we wel hoe Borobudur er ongeveer uit zag, maar zo in het donker heb je absoluut nog geen idee van de omvang van wat je om je heen ziet als de zon eenmaal op is. En ook onze eigen foto’s geven niet echt een goede indruk van de grootte van het complex. De zonsopkomst op zichzelf was helaas niet heel spectaculair, het was een beetje bewolkt, maar het tempelcomplex was prachtig en indrukwekkend!

img_2683 dsc07092

 

 

 

 

 

 

 

Borobudur is tussen het jaar 750 en het jaar 850 gebouwd door de Sailendra dynastie. Een prestatie misschien wel enigszins vergelijkbaar met die van de Egyptenaren (behalve dan ‘iets’ later op de tijdlijn, en met waarschijnlijk iets geavanceerdere bouwkundige, technische en logistieke kennis en hulpmiddelen): 60.000 m3 steen (2.000.000 blokken) werd gehouwen, getransporteerd, opgestapeld en ‘gedecoreerd’ met reliëfs en tientallen kleinere stenen stupa’s waarin een boedha zit.  Het geheel is een enorme massieve symmetrische stupa, bestaande uit 6 vierkante etages (van 118m2 groot beneden, tot kleiner boven) met daarbovenop 3 ronde etages met aan alle 4 de windrichtingen een trap waarlangs je naar boven kan. Het bouwwerk staat symbool voor de boedhistische visie van de kosmos: beneden de aarde, en bovenaan het nirvana (de hemel), met daartussen de tussenstadia.
Op een gegeven moment raakte het complex in verval nadat het verlaten werd, en pas eeuwen later werd het weer herontdekt en gerestaureerd met financiële steun van Unesco. Gelegen tussen de rijstvelden heeft dit kolossale boedhistische monument ruim 1100 jaar lang meerdere vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, overwoekering door de natuur, en een bomaanslag weerstaan. In 1991 werd Borobudur door Unesco tot werelderfgoed verklaard. Op dit moment zijn de bezoekersaantallen de grootste bedreiging. Borobudur is de populairste toeristische attractie in Indonesië, en op een ‘goede’ dag bestijgen zo’n 90.000 mensen de trappen van het tempelcomplex…

Na door het complex rondgedwaald te hebben en ons verbaasd te hebben over het enorme aantal selfie-sticks met bijbehorende complete fotoshoots, zochten we rond 08u onze chauffeur op en reden terug naar Yogyakarta. Daar kropen we het bed weer in en werden pas halverwege de middag wakker… We lunchten bij hetzelfde tentje waar we de avond tevoren hadden gegeten. Op de terugweg kwamen we langs een massage-praktijkje (op elke straathoek zit er minstens één) en besloten een traditionele Javaanse aromatherapie massage uit te testen. Een uur later, 3 cm langer, en 100.000 Rupiah per persoon lichter (nog geen €7,-) stonden we als herboren weer buiten. We fristen ons even op bij het hotel, en toen was het alweer tijd om een restaurantje op te zoeken voor het avondeten. Ook alweer zo’n aanslag op ons budget… Voor maar liefst 115.000 Rupiah (zo’n €8,-, en dat was inclusief fooi) werden ons een enorm bord gadogado en een flinke kom groentecurry met rijst en 2 lekkere verse sapjes voorgeschoteld. Helaas hadden we daarna wel een ‘Bali-belly’ te pakken (dat allitereert zo lekker, ondanks dat het op Java is. En je kunt je er vast wel bij voorstellen wat we bedoelen ;)).

Kraton
We stonden optijd op en ontbeten bij het guesthouse. Daarna gingen we op weg naar het Kraton: het paleis van de sultans vadsc07182n Yogyakarta, en het culturele en politieke hart van de stad. We waren nog niet goed en wel het guesthouse uitgestapt of een becak-rijder sprak ons aan en vroeg waar we naartoe gingen. Een becak is een fietstaxi, een (ook door locals) veelgebruikt vervoermiddel. Je hebt ze in gemotoriseerde vorm en in mens-aangedreven vorm. Deze was (helaas) mens-aangedreven, en we moesten ons even over onze gewetensbezwaren heenzetten voordat we in onderhandeling gingen over een prijs waarvoor hij ons naar het Kraton zou fietsen. En dan wilde hij daar ook nog wachten totdat wij uitgekeken waren, zodat hij ons ook nog naar andere bezienswaardigheden kon fietsen. Slik… Zo’n klein Indonesisch mannetje die zich de blubber trapt om twee grote blanken zo’n eind door die hitte te transporteren. Aan de andere kant: ondanks onze geweldige onderhandelingstactieken betalen we waarschijnlijk nog steeds (veel) meer dan een local, en is hij voor vandaag wel verzekerd van inkomsten met ons. Nou ja, vooruit dan maar…
Het Kraton is een soort omheind stadje binnen de stad. Er wonen 25.000 mensen en het heeft zijn eigen markt, winkels, batik en zilver productie, scholen en moskeeën. Zo’n 1000 mensen werken voor de sultan. Het Kraton bestaat uit verschillende gebouwen, paleizen, paviljoens en binnenplaatsen, alles rijkelijk gedecoreerd: marmeren vloeren, verguld houtsnijwerk in het plafond, glas-in-lood, en bewerkte zuilen. Daarnaast zijn een aantal zalen ingericht als museum. Bij binnenkomst stuitten we op een optreden van een gamelan-orkest. Gamelan is de verzamelnaam voor zowel de muziek, de instrumenten als de muzikanten, en wordt vaak ingezet als muzikale begeleiding van dans-, theater- of wajang-voorstellingen. De instrumenten die worden bespeeld zijn een soort xylofoons, maar dan meestal met metalen ‘bellen’ of gongs waar met een hamer op geslagen wordt, soms gecombineerd met fluiten of een soort strijkinstrument (dat dan weer niet echt lijkt op/klinkt als een viool). De tonen die een gamelan-orkest voortbrengt zijn niet vergelijkbaar met de ons bekende toonladder omdat er veel meer kleindsc07189ere toonafstanden tussen tonen zitten, die in onze Westerse oren soms “vals”  klinken. Geïntrigeerd door de bijzondere en soms wat sinistere klanken en sfeer bleven we even staan luisteren.
Na een tijdje rondgelopen te hebben door het Kraton gingen we naar het naastgelegen Taman Sari, het waterkasteel alias ‘pleasure palace’ van de sultan, alwaar hij met zijn harem de koffer in dook. Daarna bracht de becak-rijder ons naar de bird-market waar de Javanen op zoek gaan naar hun ideale zangvogel. We zagen daar echt allerlei vogels (goh…): uilen, kanariepietjes, duiven, parkieten, en nog tig verschillende vogelsoorten die wij als niet-ornithologen niet konden thuisbrengen. Met tientallen in een kooitje gepropt, of juist alleen. Maar ze verkochten er ook andere beesten. We hebben vleermuizen gezien, reptielen, katten, en zelfs een soort wasbeer. De aanblik van (te veel) beesten in een (te kleine) kooi was niet bepaald aantrekkelijk, en we vertrokken weer. De fietstaxi zette ons weer netjes bij het guesthouse af, en we waren hem voor alle ritjes en inclusief wachttijd nog geen €5,- verschuldigd… We gingen nog even gauw ergens lunchen, want om 14u werden we weer door de chauffeur bij het guesthouse opgepikt om naar Prambanan te gaan, een hindoeïstisch tempelcomplex op een half uurtje rijden van Yogyakarta.

Prambanan
De tempels die behoren bij Prambanan zijn gebouwd tussen de 8e en de 10e eeuw. Het tempelcomplex is eigenlijk een mix van hindoeïstische (Shiva) en boedhistische (Boedha) elementen in de bouwstijl, vanwege het huwelijk tussen een prins van een hindoeïstische dynastie en een prinses van een boedhistische dynastie. Prambanan werd verlaten toen de regerende koningen naar Oost-Java trokken. Halverwege de 16e eeuw heeft een aardbeving vele van de tempels doen instorten. Schatzoekers en locals die bouwmaterialen nodig hadden, hebben de tempels nog verder afgebroken. De meeste tempels werden weer herbouwd, en in 1991 kwam Prambanan, net als Borobudur, op de Werelderfgoedlijst van Unesco. In 2006 verwoestte een enorme aardbeving het complex opnieuw. De 8 grootste tempels en 8 iets kleinere tempels zijn weer gerestaureerd, maar je ziet nog steeds stapels stenen waar ooit 244 (!) kleinere tempeltjes hebben gestaan. De belangrijkste tempels zijn o.a. gewijd aan Shiva, Ganesha, Durga, Vishnu, en Brahma.

dsc07265 dsc07271

 

 

 

 

 

 

We liepen een paar uur rond tussen de tempels, verbaasden ons wederom over het aantal selfie-sticks, voelden ons voor even een ‘beroemdheid’ (tenminste, zo vaak krijg je niet het verzoek om met mensen op de foto te gaan, zie de wist-je-datjes hier onder) en zochten onze chauffeur weer op. We reden terug naar Yogyakarta en lieten ons afzetten bij een Italiaans restaurant. Een mooie fusion-ervaring: in Indonesië, een Italiaans restaurant met écht lekkere pizza’s, Zuid Amerikaanse muziek op de achtergrond, en gasten van over de hele wereld (waaronder ook veel Indonesiers). Moe en voldaan liepen we terug naar het guesthouse, namen een douche, en pakten alvast onze tassen in. De volgende dag zouden we vroeg vertrekken met de trein naar Malang.

Wist-je-dat:
– Java overwegend islamitisch is, en je een aantal keren per dag (ook ‘s ochtends heel vroeg, rond 04u) door de muezzin via een aantal enorme speakers wordt ‘toegezongen’ met een oproep tot gebed.
– Mensen die hun auto willen verkopen deze op zondagochtend in een bepaalde straat neerzetten met een briefje met hun telefoonnummer onder de ruitenwisser: de car market.
– Wat wij aanzagen voor een soort processie een ‘sunday morning walk for health’ bleek te zijn. Een collectieve bewegingsaangelegenheid voor jong en oud.
– De ideale ochtend van de gemiddelde Javaan er als volgt uitziet: rond 04.30u opstaan en (op de veranda) naar zijn zangvogel luisteren onder het genot van een kop koffie en een sigaret.
– Een goede zangvogel wel 2.000.000 Indonesische Rupiah kost (omgerekend bijna €140,-) en er in ieder groter dorp of stad wel een bird-market te vinden is.
– Indonesische toeristen vaak vragen of jij (als lange blanke) met ze op de foto wil, en daar bepaald niet verlegen in zijn! Daarbij willen ze dan meteen ook vrienden worden op Facebook. Er werd ons door een gids uitgelegd dat het concept vriendschap in Indonesië iets anders inhoudt dan dat wij onder vriendschap verstaan. Zij kunnen dan aan hun familie en (echte) vrienden laten zien dat ze ‘bevriend’ zijn met een blanke. En tegelijkertijd willen ze door jou aan te spreken graag hun Engels een beetje oefenen.
– Restaurants een aparte cashier in dienst hebben bij wie je afrekent.
– Je bij thee of koffie (en zelfs bij sommige fruitsapjes) suiker krijgt in de vorm van siroop in een schenkkannetje, in plaats van klontjes of losse suiker.
– Er in het Indonesisch redelijk veel woorden herkenbaar zijn die je ook in het Nederlands tegenkomt. Bv. polisi, kantor, notaris.
– Je  bij bezienswaardigheden naast een toegangskaartje voor entree voor jezelf, ook een ‘toegangskaartje’ voor je camera moet kopen.

 

3 thoughts on “Java – de eerste dagen in en om Yogyakarta”

  1. Leuk geschreven, lekker relativerend en tegelijk enthousiast verteld!
    (Ze staan daar wel erg vroeg op zeg, moet er niet aan denken dan al naar mijn vogeltje te moeten luisteren…)

  2. Heerlijk om te lezen! En wat een kapitaal voor zo’n vogeltje, als je het relateert aan de kosten van andere zaken, zoals eten of een ritje in de becak!

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *