Kathmandu, Bhaktapur en Patan. En weer terug naar huis…

De regen hield niet op… Maandagochtend werden we vroeg wakker van hondengeblaf en de regen die nog steeds tegen het raam tikte. We stonden op en gingen ontbijten. Een luxe ontbijtbuffet wachtte op ons! Zelfgemaakt brood en kaas, dulce de leche, een eitje en yoghurt met fruit! Na dit heerlijke ontbijt gingen we (gewapend met regenjas en paraplu) vol goede moed op pad om Kathmandu te verkennen.

De eerste bezienswaardigheid waar wij naartoe gingen was Pashupathinath. Dit is het belangrijkste Hindu tempelcomplex in Nepal en ligt aan de oever van de heilige Bagmati rivier. In Pashupathinath wordt Shiva geëerd (in zijn vriendelijke vorm als ‘god van de dieren’). Pashupathinath trekt veel Sadhu’s en andere toegewijden aan de god Shiva. Veel Nepali laten zich er cremeren. Op het moment van ons bezoek waren er maar liefst 7 crematies tegelijk aan de gang. Nogal onder de indruk en ook een tikkeltje nieuwsgierig aanschouwden we de ceremonie. Op zogeheten ‘ghats’ (stenen treden leidend naar een overdekt platformpje in de rivier) ligt een stapel hout met daarin het lichaam van de overledene. De ‘untouchables’ (de ‘kaste-lozen’, laagste bevolkingsgroep) verzorgen de crematies. Zij zorgen ervoor dat de lichamen netjes gecremeerd worden. De as gaat de lucht in en/of komt in de rivier terecht, en het laatste hoopje brandend hout en stoffelijk overschot duwen ze de rivier in en dan drijft het weg. Het ene lichaam is nog niet goed en wel gecremeerd, of het volgende ligt al te wachten. En wij ‘bloody tourists’ staan aan de overkant van de rivier in drommen ‘aapjes te kijken’. Bizar en indrukwekkend tegelijk!

DSC02284_2       DSC02283_2

Volgende stop: Bodhanath. Vanuit Pashupathinath wandelden we er naartoe. Vanuit de verte kon je Azie’s grootste stupa al zien liggen! We hebben deze stupa al zo vaak op foto’s en in reisprogramma’s op tv gezien, en nu zijn we er zelf!! Heel bijzonder voelt het! Dagelijks maken duizenden pelgrims hun rituele rondes om de stupa, onder de waakzame allesziende ogen van de Buddha, onderwijl draaiend aan de prayer wheels. Je ziet hier ook veel Tibetaanse monikken. Wij sluiten aan en schuifelen met de klok mee om de stupa heen. De stupa is heel symbolisch opgebouwd. Het voetstuk staat symbool voor de aarde, de ‘koepel’ staat voor water, de toren voor vuur, de spits is lucht, en de ‘paraplu’ op de top de leegte buiten de ruimte. De spits heeft 13 treden die symbool staan voor de stadia die een mens moet doorlopen om het nirvana te bereiken.

DSC02342_2
We gingen nog even naar Durbar Square, het centrale plein in de oude stad van Kathmandu, maar we waren inmiddels zo verregend dat we algauw besloten terug te gaan naar het hotel. Daar aangekomen, bleek dat onze nieuwe camera het niet meer deed… Die kon blijkbaar niet zo goed tegen de regen 🙁 . In een poging de camera te drogen, zetten we hem met alle klepjes open in een diepe kom vol droge rijst die (hopelijk) het vocht uit de camera kon absorberen.
Deze dag was de laatste dag van het Dasain festival, met als gevolg dat haast alle restaurants dicht waren… Daarom waren ze in het hotel zo attent om avondeten voor de gasten te regelen terwijl je daar normaal gesproken niet kan eten. De medewerkers hadden ‘s middags allerlei lekkere dingen gekookt waarvan je in de keuken zelf vanalles kon opscheppen om te proberen. De medewerkers zelf hadden van hun baas (een Deens echtpaar) min of meer ‘vrij’ gekregen die avond om deel te kunnen nemen aan deze laatste feestavond van dit belangrijke festival. Ze deden spelletjes in de keuken, hadden de grootste lol, en hoefden de gasten niet te bedienen. Dat deed de baas die avond zelf 🙂 .

De volgende dag bleek dat de kom rijst zijn werk had gedaan, de camera deed het gelukkig weer! Na het ontbijt bezochten we Swayambhunath, een Boeddhistische tempel met ook allerlei Hindu symboliek verwerkt. Swayambhunath wordt ook wel monkey temple genoemd vanwege de vele apen die er zitten. Deze tempel lijkt op Bodhanath, ook met de herkenbare en kenmerkende ogen van de Buddha. Ook hier lopen pelgrims hun rondes om de stupa en draaien aan de gebedswielen. Op de gebedswielen staat de mantra ‘om mani padme hum’ (= ‘hail to the jewel in the lotus’) en op de boven ons hoofd wapperende gebedsvlaggetjes staan soortgelijke mantras die ‘door de wind meegevoerd worden naar de hemel’. Om het compleet te maken klinkt de mantra ook nog in muzikale vorm uit luidsprekers in alle hoeken van het complex: https://www.youtube.com/watch?v=bbgHZWwyhcQ. Dit voelt ook weer als een heel bijzondere plek om te zijn! Het geheel bezorgt ons kippenvel!

SONY DSC
Daarna waagden we een 2e poging aan Durbar Square. Durbar Square is de plek waar vroeger de koningen werden gekroond en van waaruit ze regeerden. Het staat er vol met paleizen gebouwd volgens traditionele architectuur. Je kunt hier wel uren ronddwalen tussen de 17e/18e eeuwse gebouwen. Je kijkt je ogen uit: tempels, paviljoens, standbeelden, binnenplaatsjes, paleizen, monumenten, houtsnijwerken, enzovoorts. Veel bouwwerken zijn beschadigd geraakt tijdens de aardbeving van 1934 en daarna herbouwd. Het hele Durbar Square is tot Unesco World Heritage Site uitgeroepen. Aan het Durbar Square ligt ook het paleis van de Kumari (‘living goddess’). De Kumari is een jong Newari meisje uit een hoge kaste die aan bepaalde fysieke eigenschappen voldoet en bepaalde karaktereigenschappen heeft. Zij wordt geselecteerd wanneer ze door allerlei tests heen komt. Zij trekt met haar familie in een paleis en voltrekt jaarlijks een aantal ceremonies. Verder komt zij niet buiten de paleismuren en vertoont zij zich niet aan de buitenwereld. Wanneer zij voor het eerst menstrueert, is haar aftreden een feit. Zij ‘degradeert’ tot ‘normale sterveling’ en er wordt een nieuwe Kumari gekozen.
We maakten een wandeling door de oude stad, rondom Durbar Square, door Thamel (de toeristenwijk), naar Lazimpat (de ambassadewijk waar ons hotel lag).

DSC02427_2       DSC02449_2        SONY DSC

Gelukkig was het de volgende dag wat beter weer! Eindelijk was het gestopt met regenen. Na het ontbijt checkten we uit, lieten onze ‘grote bagage’ achter in het hotel, en gingen alleen met een dagrugzak met spullen die we nodig hadden met de bus naar Bhaktapur. Daar bleven we 1 nacht slapen in een zogenaamde ‘home-stay’. Bij mensen thuis hebben ze een of enkele kamers ingericht als toeristenverblijf. Het was even zoeken, want erg onopvallend, maar uiteindelijk hadden we het toch gevonden. De gastheer was super vriendelijk! We kregen een kop thee aangeboden, en hij vertelde meteen honderduit over ‘zijn’ stad, zijn cultuur, de geschiedenis, de gebruiken en de bezienswaardigheden. Na zijn uitleg en tips gingen we op weg naar het centrum. Bhaktapur is een van de drie Middeleeuwse stadsstaten van de Kathmandu-vallei, en de best bewaarde van de drie koningssteden (samen met Kathmandu en Patan). Bhaktapur heeft ook een Durbar Square, nog groter dan dat in Kathmandu, vol prachtige tempels en andere architectuur. Ook hier kun je urenlang ronddwalen door de kleine steegjes. We maakten een wandeling zoals die in de reisgids beschreven stond. Bhaktapur staat bekend om zijn ambachten van houtsnijden en het produceren van aardewerk.  We kwamen onderweg langs het beroemde ‘peacock-window’: een 15e eeuws houtsnijwerk, het beste en mooiste in de vallei. Hiervan wordt uiteraard geprofiteerd door het als miniatuur in tientallen souvenierwinkeltjes te koop aan te bieden. Ook gaan we op zoek naar Potters’ Square, het centrum van de keramiekindustrie. Het plein zou vol moeten staan met pottenbakkersschijven en in de zon te drogen liggende potten. Maar helaas… Toen wij er aankwamen was daar niks van terug te zien. Maar Bhaktapur is wel echt een prachtige en heel sfeervolle stad! Gijs kocht er nog een hoedje dat alle oude(re) mannen hier op hebben, hetgeen bij de verkoper (en bij ons) nogal wat hilariteit opleverde 🙂 . We bleven in het centrum van Bhaktapur totdat de zon onder ging en alle toeristen vertrokken waren. We hadden dit als tip gekregen, omdat de sfeer van de stad dan weer heel anders is. Pas later op de avond gingen we weer terug naar onze ‘homestay’ Krishna House.

DSC02557_2           DSC02532_2

DSC02568_2           DSC02612_2

De laatste dag van onze vakantie was aangebroken… We ontbeten, checkten uit, en brachten na een kort busritje een bezoek aan Patan. Patan is de derde koningsstad in de Kathmandu vallei, en ligt eigenlijk tegen Kathmandu aan. Ook Patan heeft een prachtig Durbar Square met paleizen, tempels en monumenten! Patan is de stad die bekend staat om zijn metaalbewerking. Hier zie je allerlei winkeltjes die allerlei brons/koper/messing beeldjes, vazen, pannen en andere gebruiksvoorwerpen maken en verkopen. Ook hier liepen we weer de stadswandeling uit de reisgids. We bezochten er ook het Patan Museum dat ons wat meer duidelijkheid verschafte in de betekenis van de religieuze kunst. Je zag het proces van metaalgieten en -bewerken van allerlei religieuze beelden, en uitleg over de betekenis van (houdingen van) diverse uitvoeringen van allerlei Hindu-goden. Dat bracht ons iets meer overzicht in de complexe Hindu religie met al haar goden en reïncarnaties daarvan.

Als souvenir kochten we er een loodzwaar bronzen beeld (volgens de ‘lost wax methode’) van Ganesh: de halfgod met het olifantenhoofd. Ganesh is de ‘populairste’ van de Hindu goden. Hij staat symbool voor welzijn, geluk, kennis en wijsheid, neemt hindernissen weg en is de beschermheilige van reizigers. Hindu’s bidden tot Ganesh als er iets nieuws staat te gebeuren (het begin van iets, een eerste impuls). Ook kochten we een papier-maché masker van Bhairab. Bhairab is de wrede, afschrikwekkende reïncarnatie van Shiva, die symbool staat voor vernietiging. In gebeden wordt hij aangeroepen om te helpen vijanden te overwinnen.

SAMSUNG             DSC02673_2_2

We gingen met de bus terug naar Katmandu waar we weer in het Tings Lounge Hotel sliepen. De volgende dag werden we met een taxi naar het vliegveld gebracht. Ons bronzen Ganesh beeld zorgde nog voor een spannend moment bij de douane, we mochten het beeld bijna niet mee nemen omdat we geen aankoopbewijs hadden dat kon aantonen dat het geen antiek beeld was… Gelukkig kwamen we geloofwaardig genoeg over toen we vertelden dat we het echt niet uit een museum hadden gestolen, en mochten we Ganesh toch meenemen 🙂 . Algauw aanvaardden we de terugvlucht. Als laatste ‘cadeautje’ hadden we boven de wolken nog een spectaculair helder uitzicht op de Himalaya!!

CIMG2421_2
Na een korte overstap in Istanbul arriveerden we ongeveer 9 uur later op Düsseldorf airport. Het is weer een prachtige reis geweest! Iedere keer als we zo’n verre reis maken, denken we weer: ‘het kan nu toch echt niet beter of mooier worden’. Maar ook deze reis heeft de vorige weer minstens geëvenaard, zo niet overtroffen! Nepal is een compact land, je kunt het in een tijdsbestek van 3 weken prima bezoeken. Het is goed bereisbaar met openbaar vervoer (bus en vliegtuig). Het is heel compleet, je hebt er voor ieder wat wils: cultuur, natuur en avontuur. Het eten is heerlijk! De verwachtte slechte hygiene valt heel erg mee (geen loperamide nodig gehad 😉 ). De mensen zijn ontzettend vriendelijk, behulpzaam en gastvrij. Het voelt veilig om er te reizen. En het is heel betaalbaar. En ten slotte was het ontzettend bijzonder om naar Nepal te gaan, omdat het al zo lang een wens was van Gijs om erheen te gaan! Nepal heeft alle verwachtingen waargemaakt! En ik zeg het niet vaak, maar ik zou zeker nog wel eens terug willen! Meestal ben ik juist voorstander van een nieuw land/gebied ontdekken. Maar Nepal heeft me/ons echt geraakt!

Leave a Comment

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *