Sidemen, Nusa Lembongan en Seminyak

Na de drukte van Ubud waren we toe aan wat meer rust. We besloten naar een klein dorpje tussen de rijstvelden te gaan, weg van de toeristische massa: Bukit Luah, in de buurt van Sidemen.

We checkten uit bij Masia Villa’s. We hadden een transfer-tour met chauffeur geboekt van Ubud naar Sidemen voor ongeveer € 45,-. We mochten er de hele dag over doen, en onderweg konden we stoppen waar we wilden en zo ook nog wat bezienswaardigheden meepikken. Een lange magere jongen met een pet met klep van panter-pluche kwam ons ophalen. We stopten bij een tempel, lunchten bij een waterval, bezochten een markt en een groot tempelcomplex genaamd Pura Besakih.
Het tempelcomplex was prachtig! Maar al met al was ons bezoek een wat minder prettige ervaring (zeg maar gerust een enorme ‘tourist trap’). Al toen we het parkeerterrein op reden werden we aangesproken of we een gids wilden. Wij bedankten vriendelijk. We hadden in de reisgids gelezen dat dit wel wordt aangeboden maar dat het niet verplicht is, terwijl men het wel zo doet voorkomen, en wij wilden graag op ons gemak zelf rondkijken. Ook bij de ingang werd dit nogmaals, dit keer al een stuk indringender, ‘aangeboden’. Weer gaven we aan dat we zelf wilden rondlopen en geen gebruik wilden maken van een gids. Eenmaal voorbij de ingang werden we meerdere malen op een agressieve manier aangesproken dat we zonder ‘temple guardian’ (die je uiteraard moest betalen) niet verder mochten, en dat zíj óns agressief vonden in hoe wij weigerden gebruik te maken van een temple guardian. We hielden voet bij stuk en gingen niet akkoord met het onder begeleiding van een temple guardian het complex bezichtigen. Uiteindelijk, na vele vervelende en agressieve pogingen, werden we met rust gelaten. Helaas mochten we zonder temple guardian niet overal in, hadden ze dan maar bedacht. Maar dat mochten andere toeristen mét temple guardian ook niet altijd. Sterker nog: de mensen die door een temple guardian werden rondgeleid kwamen alleen maar in het eerste gedeelte onderaan het complex. Terwijl juist de mooiste en meest indrukwekkende tempels achteraan door lagen, tegen de heuvel aan. En vanuit daar had je ook het mooiste uitzicht over het hele tempelcomplex.

             

Sidemen
Na ons niet zo memorabele bezoek aan Pura Besakih werden we het laatste stuk door de chauffeur naar onze accommodatie Pondok Bukit Luah gebracht. Rond 17.30u kwamen we daar aan. Althans, daar in de buurt. Het was nogal lastig vindbaar voor de chauffeur, dus belden we de eigenaar van de accommodatie die ons vervolgens kwam oppikken. De brug was ingestort, en dus we moesten met onze zware tassen over een in elkaar geknutselde brug balanceren naar de overkant van de rivier waar we achterop scooters naar het guesthouse werden meegenomen. De supervriendelijke eigenaar Gede vertelde ons wat over zijn guesthouse en de omgeving en wat er te doen was. We ‘bestelden’ ons avondeten, en de vrouw van Gede kookte terwijl wij op ons balkon nog wat lazen totdat het eten klaar was, onderwijl genietend van het prachtige uitzicht over de rijstvelden bij ondergaande zon en schemering. Yummm: springrolls, papayacurry en (hoe kan het ook anders) saté ajam! Daarna namen we een douche en gingen naar bed.
We hadden afgesproken om een wandeling te maken door het dorpje en de omgeving. Eigenlijk wilden we zelf gaan lopen, maar na het zien van de zelfgetekende plattegrond (en het vermoeden dat we daarmee niet heel goed de weg zouden kunnen vinden), ging Komang (de neef van Gede) mee als gids. Allereerst gingen we op weg naar de dorps-tempel. Onderweg genoten we van de prachtige uitzichten, zagen we hoe kruidnagels geoogst worden en vervolgens te drogen worden gelegd in de zon, liepen we door een kleine chilli plantage, en liet Komang ons zien hoe pinda’s (nu begrijpen we waarom die ook wel aardnoten genoemd worden) en cassave groeien. We liepen langs het irrigatiekanaal, en ineens ging gids Komang er vandoor… Hij bleek een varaan(tje) gespot te hebben en holde er met een grote steen en lange stok achteraan. Een paar minuten later kwam hij terug met een grijns op zijn gezicht. De varaan was dood. “Voor in de sate”, zei hij (geen grapje!). Rond de middag waren we terug in het guesthouse. We fristen ons even op en lunchten gado gado bij een warung (de enige eetgelegenheid in het dorpje) met uitzicht over de rijstvelden en vulkaan Gunung Agung.

         

De rest van de middag brachten we lezend door, wachtend tot de ‘cooking class’ zou beginnen. We hadden aan Gede gevraagd of we mee mochten kijken terwijl zij kookten. ‘We’ maakten vegetarische loempia’s, een groentecurry, en sate ajam met rijst en verse satesaus. Af en toe mochten wij ook iets snijden. Gede, zijn vrouw en hun oudste zoon moesten wel lachen om met zoveel mensen tegelijk in hun krappe bloedhete keukentje bezig te zijn. Ze vonden het zó grappig dat ze zelfs foto’s van ons maakten. En we brachten hen op het idee om misschien een ‘echte’ kookcursus voor gasten te ontwikkelen en aan te gaan bieden. Wij vroegen natuurlijk vanalles over de recepten en bereidingswijze, zodat we het thuis ook nog eens zouden kunnen maken. Vooral het grillen van de sate ging leuk: op een klein zelf gefabriceerd bbq’tje, de kolen extra opgestookt met een ventilatortje ernaast. Na het koken genoten we van de ‘zelf’ bereide maaltijd en gingen voldaan naar bed. Wát een fijne dag was het vandaag geweest!

              

Nusa Lembongan
Om 5.30u ging de wekker, en om 6.30u werden we opgehaald voor een transfer naar de haven van Sanur. Daar zou om 8.30u de boot naar Nusa Lembongan vertrekken. Eenmaal daar bleek dat we een uur te vroeg waren, de boot vertrok pas om 9.30u… Dus gingen we maar bij een eettentje zitten wachten. Allerlei ticket-mannetjes snapten maar niet dat we geen tickets voor de fast-boat hoefden. Maar wij hadden via de accommodatie op Nusa Lembongan al boot-tickets geregeld bij een bootmaatschappij waar zij een dealtje mee hadden. Twee reistabletjes zouden Josine de ‘bumpy ride’ moeten helpen doorstaan. Maar het gegil van 40 Chinese toeristen wanneer we over de golven stuiterden maakte de boottocht er niet aangenamer op. Gelukkig zonder de vissen te voeren kwamen we aan op Nusa Lembongan waar we even moesten wachten op een pick-up door de jeep die ons naar de accommodatie (Water Blow Huts) zou brengen. Gelukkig konden we al inchecken, ondanks dat het nog redelijk vroeg was. De rest van de dag brachten we lezend bij het zwembad door, en we genoten van de het prachtige uitzicht op de kliffen en de zee. Die avond aten we ook bij de accommodatie, maar het was niet echt bijzonder. Op zo’n klein eilandje hebben de elementen vrij spel. De hele nacht hebben we de golfslag en de wind gehoord. Ook al zijn het natuurgeluiden, het was toch best vermoeiend om helemaal geen stilte te hebben maar continu die geluiden te horen…
De volgende dag hadden we gehoopt te kunnen snorkelen met mantaroggen. Maar helaas was de zee te ruw en voer er geen enkele boot naar manta point of manta bay… Daarom deden we het rustig aan en ontbeten laat. ’s Middags huurden we dan maar een scooter om het eiland te verkennen. Van deze scooter werkten de remmen niet al te best, waardoor het rijden door het toch behoorlijk heuvelachtige ‘binnenland’ niet erg relaxt was, want bergaf kon je bijna niet remmen. Maar weer omgedraaid dus, terug richting hotel, scooter teruggebracht naar de verhuur, en de middag weer bij het zwembad doorgebracht. Nusa Lembongan is dan wel een eiland, maar er zijn maar weinig ‘idyllische zandstranden’ waar je kan zwemmen. Vaak zijn het rotsstranden met flinke stroming of stevige golfslag, waardoor in de zee zwemmen gewoon te gevaarlijk is. ’s Avons aten we bij Hai Bar & Grill aan Mushroom Bay.
Helaas ging er de volgende dag wéér geen boot naar mantapoint/mantabay vanwege de ruige zee. Onze laatste kans op snorkelen met manta’s ging dus jammer genoeg aan onze neus voorbij… Na het ontbijt waagden we nog maar weer eens een poging om een scooter te huren om het eiland verder te verkennen. Drie maal was scheepsrecht: eindelijk niks mis met deze scooter 😉 . We reden weer richting Mushroom Bay, het enige strand van het eiland waar je wél op het zand kon liggen en in de zee kon zwemmen. Bij Hai Bar & Grill maakten we gebruik van de zitzakken. We lazen een boekje en namen af en toe een duik in zee. Op de terugweg reden we nog even naar Dream Beach en Devil’s Tear. Devil’s Tear is een indrukwekkende klif waar de golven tegenaan beuken en dan recht omhoog de lucht in schieten. Als de zon daar dan op schijnt zie je één grote regenboog! Indrukwekkend! ’s Avonds aten we bij the Akah restaurant. Eenvoudig, maar lekker.

          

Seminyak
De dag van vertrek van Nusa Lembongan was alweer aangebroken. We checkten uit bij Water Blow Huts. Met de jeep gingen we weer naar de haven bij Mushroom Bay, en met de fastboat gingen we weer terug naar Sanur. Daar werden we opgepikt voor de transfer naar onze accommodatie in Seminyak: Room & Vespa 2. Rond 12.30u, redelijk vroeg, kwamen we daar aan. En gelukkig mochten we ook daar weer eerder dan normaal inchecken. We struinden de surfshops langs de boulevard af op zoek naar een geschikte surfschool waar Gijs een surfles wilde boeken voor de volgende dag. Hij slaagde bij ‘Ripcurl school of surf’. We streken ergens bij een strandtentje neer voor een drankje. Daarna fristen we ons even op bij het hotel, gingen op zoek naar een leuk lunchtentje, daarna vast wat souvenirs shoppen met aansluitend een strandwandeling, en we sloten af met een ‘seafood extravaganza’ bij restaurant Blue Ocean.
Om 10.30u begon Gijs z’n surfles. Het hotel was exclusief ontbijt, dus daarvoor moesten we vantevoren nog even zelf op pad. De surfschool kwam ons oppikken bij het hotel. In een groepje met nog 3 andere cursisten begon Gijs aan de surfles. Ik zag het niet zo zitten om te leren surfen, dus huurde ik een ligbedje met parasol, las wat, en maakte foto’s en filmpjes van een surfende Gijs 🙂 . ’s Middags lunchten we bij een strandtentje en huurden een bodyboard om nog wat te ‘spelen’ in de zee. Daarna gingen we terug naar het hotel om te douchen, en zochten een restaurant uit voor ons laatste avondmaal 😉 .

                                                           En hij staat!

Na weer een ontbijtje buiten de deur gingen we souvenir shoppen en namen een laatste massage om het af te leren 😉 .Op weg terug naar het hotel moesten we nog lunchen. In het hotel kleedden we ons om, pakten we onze bagage, en namen een taxi richting vliegveld Denpasar. Die avond vlogen we met een tussenstop in Jakarta weer terug naar Schiphol.

THE END…

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *